Sprookjes

- Repelsteeltje - (geïllustreerd door joeri van de anker)

De prinses heeft beloofd haar kostbaarste bezit af te staan aan een klein onbekend mannetje dat haar heeft geholpen. Maar na de geboorte van haar eerste kind wil ze graag onder die belofte uitkomen. Dat kan alleen als ze de neem te weten komt van het kleine onbekende mannetje.

De oude man deed wat de Koning hem had gevraagd. Hij bracht zijn mooie dochter naar het paleis. De koning bracht haar direct naar een klein kamertje boven in het paleis. Het kamertje lag vol met stro. Opgestapeld tot aan het plafond. En er stond een spinnewiel in het midden. “Morgen ochtend kom ik kijken, als je niet al het stro hebt gesponnen tot goud... dan zwaait er wat” zei de Koning. Met een klap trekt hij de deur dicht, en draait de deur op slot. Het meisje zakt op de grond en begint zachtjes te huilen. “Wat is er aan de hand”? vraagt een piepstemmetje. Geschrokken kijkt het meisje de kamer rond. Een klein grappig mannetje staat in de kamer. “Ik moet al het stro tot goud spinnen”zegt het meisje. “Anders zwaait er wat, heeft de Koning gezegd. “Maar ik kan het helemaal niet”. “Wat geef je mij als ik het voor je doe”? vraagt het kleine mannetje. “Mijn halsketting” zegt het meisje. Meteen begint het kleine mannetje te spinnen en als hij stopt is al het hooi tot goud gesponnen. Het meisje geeft hem de halsketting. En even plotseling als hij is gekomen verdwijnt het grappige kleine mannetje. Als ’s morgens vroeg de deur openvliegt en de Koning binnen komt lopen valt zijn mond wagenwijd open. “Schitterend, schitterend” roept hij uit. “Ik heb nog een klus voor je”. De Koning neemt haar mee naar een kamer die twee keer zo groot is. Ook deze kamer ligt tot aan het plafond vol met stro. “Morgen ochtend is al dit stro gesponnen tot goud” zegt de Koning “want anders....”. de rest hoort ze niet, de Koning heeft de deur al achter zich dichtgetrokken. Weer zakt het meisje op de grond en de tranen rollen over haar wangen als ze achter zich het stemmetje van het kleine mannetje hoort. “Wat geef je me als ik het weer voor je doe”? vraagt hij.

- verder -